DOJO ETIQUETTE

ALLE KARATEBEOEFENAARS DIENEN ONDERSTAANDE REGELS STIPT NA TE LEVEN! ! !

1. Bij het betreden en bij het verlaten van de sportschool, kleedkamer en dojo groet iedereen met een duidelijke OESH. OESH is de budogroet en houdt alles in bv. Ik begrijp het; dank u; goeden dag; etc.

2. Na het betreden van de dojo, voordat de les gaat beginnen direct naast en achter elkaar gaan staan in fudo-dachi.

3. Als een hoofdleraar (SHIHAN), leraar (SENSEI) of hogere in rang (SEMPAI) iets tegen een leerling (KOHEI) zegt wordt er niet geredeneerd of tegengesproken maar geluisterd en OESH gezegd.
TIJDENS DE LES WORDT ER NIET GESPROKEN, op een vraag van de leraar wordt alleen met OESH geantwoord.

4. Als de les is afgelopen en de leraar zegt: "Line up” word er snel gereageerd en gaat iedereen weer staan net als bij het begin van de les. Na het afgroeten blijft iedereen tot de leraar het teken geeft de dojo te verlaten, dit gebeurt ordelijk, zonder te dringen en met buiging en groet als bij het binnenkomen.

5. Denk eraan: schone kleding, rein lichaam (handen en voeten), kort geknipte nagels.


Bushido:

Het begrip bushido komt uit Japan en betekent ‘de weg van de krijger’, de krijger noemde men ‘samoerai’. Zij waren de elite van de Japanse krijgsklasse in de middeleeuwen. Onder invloed van verschillende religieuze stromingen werd bushido een levenswijze voor de samoerai. Invloeden uit het zenboeddhisme, confucianisme vermengde zich met het inheemse shintoďsme.  De waardes binnen het bushido waren humanistisch en spiritueel van aard en bestonden uit een aantal fundamentele regels; 

Gi; Juist beslissen, in gelijkmoedigheid, juiste houding, waarheid..
Yu; Dapperheid die neigt naar heldendaad.
Jin; Universele liefde en welwillendheid tegenover mensen.
Rei; Juist gedrag.
Makoto; volledige oprechtheid.
Melyo; Eer en roem.
Chugi; Toewijding en trouw.
(Bron: zen en de oosterse martiale kunsten)

Door dagelijks te trainen verbeterde zij hun vaardigheden en harden zij zichzelf. Maar dat was niet voldoende, het ging hen niet hoofdzakelijk om het aanleren van technieken want de samoerai moest vooral aan zijn eigen geesteshouding werken. Door hun ervaringen op het strijdtoneel wisten ze dat zelfs de beste strijders angsten kende. Door deze angsten kon het voorkomen dat een samoerai, wanneer het er op aan kwam, niet optimaal functioneerde. Omdat dit vaak tot de dood van de krijger leidde was het belangrijk te leren omgaan met deze angsten. Zijn eigen innerlijke en onbewuste processen konden zijn prestaties beďnvloeden. Zij waren er zich van bewust dat zij hun grootste vijand niet op het slagveld zouden aantreffen, maar in zichzelf. Zelfkennis was daarom essentieel en is het centrale thema in het handboek van de samoerai ‘de Hagakure’. In dit boek vinden we geen rationele antwoorden of praktische informatie maar doet het een appčl op het intuďtieve weten. 

De term samoerai betekent letterlijk; ‘hij die dient, of ‘dienaar’. Naast het dienen van hun vaderland dienden zij ook hogere morele waardes. Uit de bovengenoemde leefregels komt een strijder naar voren die eerder nederig, integer en liefdevol was dan en meedogenloze strijder. En toch waren ze beide, ze hadden een levenswijze ontwikkelt waarin beide zijdes harmonieus met elkaar waren verweven. De Samurai dode niet uit wraak, moordlust of hoogmoed maar was bereid het belangrijkste wat hij bezat, namelijk zijn leven, te offeren voor hogere morele waardes.

Naast de fysieke trainingen beoefenden zij het zazen, zittende meditatie, uit het zenboeddhisme. Meditatie was een gebruikelijke manier naar grotere innerlijke rust en geestelijke vrijheid. Door dagelijkse training, meditatie en de levenswijze leerden de samurai  hun innerlijke wereld en eigen geestesgesteldheid kennen.

Het doel van de samoerai was het overwinnen van zijn eigen angsten Door het onderzoeken van hun eigen gemoedstoestanden leerden zij hun innerlijke reactiepatronen kennen en het aangaan van de emoties die daaraan kleefden. Deze zelfkennis bracht hen grotere innerlijk rust en psychische tolerantie, hij liet zich niet meer zo makkelijk overspoelen door zijn emoties. Voor de samoerai was dit een staat van ‘fudoshin’ ofwel en staat van een onverstoorbare geest.  


''An unshakable mind and an immovable spirit is the state of fudoshin.  
It is courage and stability displayed both mentally and physically".